maandag 15 juni 2015

Klijnanker van een Noordwijkse Bomschuit

In de blog van Noordwijkse Huizen (lees verder)staat dit mooie exemplaar van een klijnanker tentoongesteld....voor alle bomschuitliefhebbers, hierbij de overdruk!
Noordwijk vierde weer haar eigen speciale tuinenfeest. Druk was het en blij! Blije gezichten in toevallige ontmoetingen, mooie mensen en dito bloemen, prachtige muziek, zelfs het weer gedroeg zich naar wens. Echt het was weer genieten! Wat je dan tegenkomt in zo'n open tuin? Een trotse eigenaar van een origineel Noordwijks klijnanker ( een vierpoot dreg) in gebruik bij het halen en brengen van de bomschuit.  Nooit van gehoord? Moet wel en met de hulp van Krant en Katwijks Woordenboek wordt naam en gebruik vlug verklaard.

"Waar zich wat betreft de namen voor zaken en begrippen werkelijk een grote verandering heeft voorgedaan, is in de visserij. Met het verdwijnen van de bomschuit bijvoorbeeld, aan het begin van de 20e eeuw, verdween ook een groot deel van de met dat vaartuig verbonden visserijterminologie. Zo zijn er geen spillopers meer om het net binnen boord te halen en is er bij aankomst van de skuit geen klijnhaelder meer om de klijn (klein soort anker) naar het strand te brengen. Wat mee verdween in de golven was ook het op de skuit geënte navigatiesysteem met de bijbehorende termen, bijvoorbeeld wat de weersgesteldheden betreft. Bij roezeboezig (onstuimig, stormachtig) weer, wanneer de zee in geen geval slecht te noemen was (zie boven), kon men maar beter niet ofvaere (uitvaren vanaf het strand). Uit Katwijks Woordenboek (lees meer) "
Met zoveel Noordwijks Erfgoed (lees meer)   in Kerk- en Voorstraat onder bezoek bereik wordt het de hoogste tijd voor een bezichtiging van wat daar zoal is te vinden!

vrijdag 1 mei 2015

De ondergang van de Jonge Jacobus

Het trieste verhaal van het vergaan van de Jonge Jacobus. Gezonken op een afstand van minder van 5 mijl van de Berlengas-eilanden. Aan boord ook twee Katijkers: 3e stuurman M. van Beelen 27 jaar ongehuwd en Cornelis Kuyt, 45 jaar en vader van een groot gezin.

Historische Kranten – Erfgoed Leiden en Omstreken, Leidsch Dagblad 30 januari 1937
pagina 13 (13/18

Historische Kranten – Erfgoed Leiden en Omstreken ,Leidsch Dagblad 30 januari 1937
pagina 13 (13/18)

Historische Kranten – Erfgoed Leiden en Omstreken, Leidsch Dagblad 30 januari 1937
pagina 13 (13/18)
"De Jonge Jacobus gezonken Een der redders verdronken
De Tijd, 29-01-1937  De Jonge Jacobus, het Nederlandsche stoomschip, dat voor de Portugeesche kust in nood verkeerde, is gezonken. De bemanning is gered door het Nederlandsche stoomschip Achilles van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij. Bij de redding sloeg een lid der bemanning van de Achilles door een overkomende zee overboord. De man kon niet worden gered en is verdronken. "
Historische Kranten – Erfgoed Leiden en Omstreken: Leidsch Dagblad 30 januari 1937
pagina 13 (13/18)
"Schipbreukelingen aangespoeld. Schipbreukelingen aangespoeld.
Een aan de Msb. gezonden telegram van United Press meldt, dat in de nabijheid van Peniche bij de Berlenga-eilanden verscheidene schipbreukelingen zijn aangespoeld. Eenigen hunner zouden nog teekenen van leven vertoonen. Men neemt aan, dat het hier leden betreft van de bemanning der „Jonge Jacobus"."

De Tijd, 23-03-1937
Matroos over boord

Kort nadat zü daar bezig waren kwam een zware breker over, waardoor een der matrozen verwond werd, terwijl een der beide anderen, Cornelis Kuyt, uit Katwijk aan Zee, die zich vermoedelijk op de deklading bevonden had, verdwenen Week te zün. Ofschoon de kokende zee met een speciaal zoeklicht werd afgezocht, werd van den ongelukkige niets meer gezien. Overigens was het weer te slecht om nog verdere reddingspogingen te ondernemen. In dien tusschentrjd had de marconist van de „Achilles" nog eenige malen contact gehad met de „Jonge Jacobus". Te acht uur 's avonds werd van laatstgenoemd schip de mede door andere schepen opgevangen mededeeling geseind, dat de „Jonge Jacobus" als verloren moest worden beschouwd en dat de gedachten der opvarenden voortdurend bü hun familie waren geweest. Pogingen om alsnog te trachten, het schip te bereiken, mochten niet meer baten. Tot ruim 10 uur 's avonds bleef de „Achilles" met de „Jonge Jacobus" in draadlooze verbinding. De hoop was toen weer wat levendiger, omdat de geluidssterkte der seinen krachtiger was en men dus mocht aannemen, dat men zich dichter bü het met ondergang bedreigde schip bevond. Van de „Jonge Jacobus" werd echter niets gezien en ook de draadlooze liet zich na kwart over tien niet meer hooren.... De „Achilles" zelf mocht, gehavend maar behouden. Lissabon bereiken.

vrijdag 13 maart 2015

Thamine Tadema-Groeneveld

In blog 'De Bomschuit'heeft u al eerder kennisgemaakt met Thamine Tadema, maar zoveel beeldschone plaatjes van Katwijk en haar visserij, bijeengesprokkeld op het internet,  wilt u zeker nog een keertje bekijken:






dinsdag 10 maart 2015

Maritiem Historische Databank

Een verzameling gegevens van Nederlandse zeeschepen vanaf 1813......geweldig werkstuk! Boordevol informatie voor de liefhebbers van de zeevaart.




Nadat uw Bomschuit het treurige levenseinde met veel inspanning had omgezet van een krantenbericht naar een uitgetypt verhaal, kwam na wat gegoochel opeens deze databank in het vizier.....tot op heden nooit geweten van het bestaan......grover nalatigheid.....allerlei krantenberichten in een uitgebreide contekst verzameld in één databank. Hoe heeft de Bomschuit dat prachtwerk kunnen missen.......mocht u er ook niet eerder van hebben kennisgenomen........u kunt het hier aanklikken.

maandag 9 maart 2015

Bomschip van Leendert Parlevliet

Het gaat niet goed met het bomschip van Leendert Parlevliet zoals staat geschreven in de Oprechte Haarlemse Courant van 29 september 1804:
"het Bom-Schip van Schipper L. Parlevliet, is den 21 dezer op het  Robbeland in een Wrak gezeild, de Equipagie is doorVissersSchuiten geborgen, doch het Schip is ten eenemaal verbryseld; de Wind N. West."
Het blijft de schipper tegenzitten getuige de advertentie in de Rotterdamsche Courant van 21 maart 1815:

"*,* Op den 18 Maart 1815 is bij de Vijf Sluizen , nabij Vlaardingen, -over boord geslagen en verdronken , de Persoon JEROEN CORNELIS DE VINK, varende als Stuurman op het Schip, genaamd de Drie Gebroeders, Kaptein Leendert Parlevliet, komende uit Engeland; gekleed geweest, bij opgaaf van den Kaptein, met een wit Buis, bont Hembd , roode Doek om den Hals, nieuwe Schoenen met Strikken, ln de Zak een nieuw Engelsch Knipmes, met eenig Geld. De voornoemde Perfoon, bij opvissing, mogt ontdekken , vervoegt zich ten Huize van Kornelis  de Vink, op den Schotschendijk , Letter C , No, ico, te Rotterdam , zal voor ziine dienst genereus beloond worden."

Omtrent de personalia van de verongelukte stuurman is niets verder bekend.....een kandidaat voor deze persoon kan zijn de te Noordwijk geboren Jeroen Cornelisse Vink, gedoopt op 2 mei 1784, zoon van Cornelis Jeroens Vink en  Marijtje Jans Bel.

Er zijn nog meer berichten over zeelieden genaamd Parlevliet te vinden in de kranten.....misschien.... met een beetje geduld komt u hier binnenkort nog wat stukjes tegen.

woensdag 4 maart 2015

De Bomschuit genaamd 'De Neeltje de Jong'


Hendrik Korving, stuurman op de bomschuit 'De Neeltje de Jong' is de 17 den november 1863 ter Steurharingvisserij uitgezeild, waarna het vaartuig, na plaats gehad hebbende stormen op den 5 den december 1863 op de kust tussen Katwijk en Noordwijk in een zinkende staat is aangedreven, zonder dat zich daarop iemand meer van de daarop varende manschappen bevond.
GEREGTELIJKE AANKONDIGINGEN. *„*
In den jare 1800 zes en zestig, don twee en twintigsten Junij, heb ik Christiaan Frederik Wilhelm Koldeweh, Deurwaarder bij bet Kantongeregt te 's Gravenhage, wonende en kantoor houdende aldaar in het Wijd Achterom, n°. 146, ten verzoeke van Leentje Spaans, Huisvrouw van Hendrik Korving, zonder beroep, wonende te Scheveningen, ten deze gedomicilieerd ten Kantore van den Heer Mr. Johannes Hubertus Cornelius Lisman, Procureur bij de Arrondissements-regtbank te 'sGravenhage, aldaar wonende en kantoor houdende in het Noordeinde, n°. 103, die als zoodanig voor de Requirante in dit geding blijft occuperen, zijnde de Requirante toegelaten om ten deze kosteloos te procederen , bij behoorlijk geregistreerd Vonnis van voormelde Regtbank van den zes en twintigsten Januarij 1800 zes en zestig, en uit kracht van een daartoe strekkend verlof, door de Arrondissements-regtbank te sGravenhage bij haar behoorlijk geregistreerd Vonnis van den vijfden Junij achttien honderd zes en zestig aan de Requirante gegeven, voor de tweede maal Gedagvaard: Hendrik Korving, laatst gewoond hebbende te Scheveningen (gemeente 'sGravenhage), doch thans afwezig, en mitsdien mijn Exploit doende bij aanplakking aan de Voorname Deur der Vergaderplaats yan bovengemelde Regtbank te 's Gravenhage, en aan het Huis der Gemeente aldaar, terwijl ik een derde afschrift hob overgegeven aan den Edel Achtbaren Heer Ambtenaar van hot Openbaar Ministerie bij dezelve Regtbank, die het oorspronkelijke voor gezien heeft geteekend, en voorts nog bij plaatsing in de Nederlandsche Staats-courant on in het Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, als zijnde de daartoe uitdrukkelijk aangewezen nieuwspapieren bij het hiervóór gemeld geregistreerd Vonnis van den zes en twintigsten Januarij 1800 zes en zestig, Om na verloop van drie maanden, en alzoo op Dingsdag, den vijf en twintigsten September aanstaande, des voormiddags ten tien ure, bij vooraf gestelden Procureur te verschijnen ter teregtzitting der Arrondissements-regtbank te 's Gravenhage, gehouden wordende in haar locaal op den Korten Vijverberg aldaar; — ten einde: aangezien de Eischoresse den zevenden Julij 1800 acht en vijftig met den Gedaagde te 's Gravenhage is gehuwd; aangezien de Gedaagde behoorde tot de bemanning van en was Stuurman op de Bomschuit genaamd Neeltje de Jong, toebehoorende aan den Reeder Albert Pronk te Scheveningen, toen gemeld vaartuig van Scheveningen op den zevontienden November 1800 drie en zestig ter Steurharingvisscherij is uitgezeild; aangezien genoemd vaartuig, na plaats gehad hebbende stormen van vorige dagen, den vijfden December 1800 drie en zestig op onze kust tusschen de gemeenten Katwijk en Noordwijk in eenen zinkenden staat is aangedreven, zonder dat zich daarop iemand meer van de daarop varende manschappen bevond; aangezien hot er zonder twijfel voor gehouden mag worden dat deze noodlottige gebeurtenis op 's lands kusten aan genoemd vaartuig is overkomen in de op de eerste dagen van December 1800 drie en zestig plaats gehad hebbendo stormen, en dat ter gelegenheid daarvan hare bemanning, waaronder zich ook de Gedaagde als Stuurman van dat vaartuig bevond, den dood in de golven heeft gevonden; aangezien er alzoo meer dan één jaar is verloopen sedert de Gedaagde is vermist, ter gelegenheid dor bovengemelde noodlottige gebeurtenis op 's lands kusten aan de Bomschuit genaamd Neeltje de Jong en hare bemanning overkomen, zonder dat er in dien tijd eenige tijding van zijn leven of dood is ingekomen; aangezien er mitsdien Regtsvermoeden van Overlijden van den Gedaagde, Hendrik Korving, laatstelijk gewoond hebbende te Scheveningen, doch thans afwezig, en zulks sedert den vijfden December 1800 drie en zestig, bestaat, en de Eischeresse als zijnde zijne Huisvrouw, wenschende een ander Huwelijk aan te gaan, er belang bij heeft dat zulks door de Regtbank worde verklaard, met vergunning tevens aan haar Eischeresse om een ander Huwelijk aan te gaan; aangezien de Gedaagde, ten gevolge van een door voormelde Regtbank bij beschikking van den zes on twintigsten Januarij 1800 zes en zestig verleend verlof', bij behoorlijk geregistreerd Exploit van mij Deurwaarder, van den dertienden Februarij 1800 zes en zestig, op de wijze bij die beschikking voorgeschreven, voor de eerste maal is Gedagvaard, om op den achttienden Mei jl. voor dezelve Regtbank te verschijnen, ten zoodanigen einde als bij dat Exploit breeder is omschreven, zonder dat noch de Gedaagde noch iemand van zijnentwege op die Dagvaarding is verschenen, ten gevolge waarvan aan de Eischeresse bij het Vonnis in den hoofde dezes vermeld is verleend acte van de nietverschijning van den Gedaagde, met verlof tot het doen van deze tweede openbare Dagvaarding op den voet en de wijze als bij het vroeger door de Regtbank op den zes en twintigsten Januarij 1800 zes en zestig verleend verlof is omschreven, Mitsdien aan gemelde Regtbank, hetzij in persoon, hetzij door iemand van zijnentwege, van zijn aanwezen te doen blijken, den Gedaagde tevens aanzeggende, dat ingeval noch de Gedaagde noch iemand voor hem op deze Dagvaarding bij vooraf gestelden Procureur mogt opkomen en er alzoo niet behoorlijk van zijn aanwezen mogt blijken, door de Requirante zal worden geconcludeerd, dat aan haar daarvan zal worden verleend acte en tevens verlof tot het doen van eene derde dergelijke Dagvaarding. Afschrift dezes heb ik Deurwaarder gelaten, mijn Exploit doende en sprekende als boven is vermeld. De kosten zijn in debet f 8.515. C. F. W. Koldeweh, Deurw. Gezien en afschrift overgenomen door ons Officier van Justitie te 'sGravenhage, heden den 22en Junij 1866. (Get.) de Brauw. Gratis geregistreerd te 'sGravenhage, den twee en twintigsten Junij 1800 zes en zestig, deel 134, folio 196 verso, vak 9; een renvooi. De Ontvanger, G. A., (get.) J. C. van de Watering. [Kosteloos.]

dinsdag 3 maart 2015

Van Bomschuit naar Badplaats is de naam van de tentoonstelling in het Gemeente  Museum te Den Haag